Je renoveert aan 6% btw als je woning ouder is dan 10 jaar, ze na de werken voor meer dan de helft als privéwoning dient en de aannemer de materialen levert, plaatst en rechtstreeks aan jou factureert. Materialen die je zelf koopt, het ereloon van de architect, het specifieke gedeelte van een verwarming op fossiele brandstof (zoals de ketel) en een verbouwing die als nieuwbouw geldt, vallen onder 21%.
Laatste inhoudelijke controle: 9 oktober 2026

Het verschil is groot. Op 100.000 euro werken is 6% btw 6.000 euro, 21% is 21.000 euro. Daarom loont het om elke voorwaarde vooraf na te kijken in plaats van achteraf op de factuur. De FOD Financiën somt ze zo op:
Het gaat om werken voor de omvorming, renovatie, verbetering, herstelling of het onderhoud van je woning. Reiniging valt erbuiten. Afbraakwerken die niet voorafgaan aan renovatie, herstelling of onderhoud, gaan aan 21%.
Twee datums tellen: het jaar van de eerste ingebruikneming (dat telt voor een volledig jaar) en de datum van de eerste factuur voor de werken. Werd je woning in de loop van 2012 voor het eerst bewoond en kreeg je op 5 november 2022 een voorschotfactuur voor nieuwe ramen, dan voldoet ze aan de ouderdomsvoorwaarde. Dat voorbeeld komt van de FOD Financiën zelf.
Na de werken moet je woning voor meer dan 50% als privéwoning gebruikt worden, en de werken moeten minstens gedeeltelijk het privégedeelte betreffen. Gebruik je 30% van je woning voor je beroep en vernieuw je het hele dak, dan geldt 6% voor het geheel. Laat je enkel je aparte praktijkruimte schilderen, dan is het 21%.
De werken worden geleverd en gefactureerd aan wie de woning als privéwoning gebruikt: de eigenaar, de huurder of de vruchtgebruiker. Koopt de aannemer de materialen en factureert hij ze samen met de werken, dan kan het geheel onder 6% vallen. Koop je zelf bouwmaterialen, dan betaal je daarop altijd 21%. Vlaanderen.be zegt het zo: doe-het-zelvers krijgen geen verlaagd tarief op hun materiaal.
Het verlaagde tarief van 6% geldt niet langer voor verwarmingsinstallaties op fossiele brandstof, zoals aardgas, stookolie of steenkool. Bij renovatie betaal je sinds 29 juli 2025 het normale tarief van 21% voor de levering en plaatsing of de vervanging van het specifieke gedeelte van zo'n installatie. Dat geldt ook voor kachels en convectoren op fossiele brandstof.
Het onderscheid tussen specifiek en niet-specifiek bepaalt hoeveel je factuur stijgt:
| Onderdeel | Tarief bij renovatie |
|---|---|
| Specifiek gedeelte: de ketel, de rookgasafvoer, de toevoer van brandstof, de gas- of mazouttank, het bevestigingsmateriaal, de ingebouwde circulatiepomp | 21% |
| Niet-specifiek gedeelte: radiatoren, vloerverwarming, hydraulische leidingen, thermostatische kranen, expansievat, ontluchters, externe circulatiepomp, thermostaat | 6%, als alle renovatievoorwaarden vervuld zijn |
| Werkuren | Hetzelfde tarief als het onderdeel waarop ze slaan |
| Onderhoud en herstelling van een bestaande installatie | Vallen buiten de verhoging |
| Installatie die volledig op niet-fossiele energie werkt | Valt buiten de verhoging; 6% blijft mogelijk als aan de voorwaarden voldaan is |
Let op de factuur: de aannemer moet de onderdelen aan 6% en aan 21% duidelijk opsplitsen. Ontbreekt die opsplitsing, dan gaat de volledige factuur aan 21%. Voor een hybride systeem gelden dezelfde regels als voor een installatie op fossiele brandstof. Bij een globale prijs voor een hybride systeem aanvaardt de administratie, ter vereenvoudiging en niet verplicht, een forfaitaire verdeling: 35% van de prijs aan 21% en 65% aan 6%, als aan alle voorwaarden voldaan is.
Welke verwarming bij je renovatie past, lees je bij verwarming renoveren.
Een renovatie kan zo ingrijpend zijn dat de fiscus ze als nieuwbouw beschouwt, en dan geldt 21%. De FOD Financiën kijkt naar twee dingen:
Het bijgebouwde deel mag niet groter zijn dan het oude, behouden deel. Het behouden deel moet dus minstens de helft zijn van de totale oppervlakte na de werken. Bovendien moet het nieuwe deel één geheel vormen met het oude en mag het niet zelfstandig kunnen functioneren.
De behouden dragende structuur moet, gemeten in lopende meter, minstens 50% van de totale dragende structuur zijn. Na de werken moet het gebouw nog op een relevante manier steunen op de oude dragende muren, vooral de buitenmuren, en op de wezenlijke structuurelementen zoals balken, kolommen en liggers. Let daarbij op twee punten:
Bij een meergezinswoning gebeurt die oefening per appartement. Twijfel je of je project de grens overschrijdt, dan kan je de FOD Financiën bellen op 02 572 57 57 (directe code 17212). Komt je project in de buurt van die grens, vergelijk dan ook met slopen en heropbouwen.
Sinds 1 juli 2025 geldt een permanente regeling voor afbraak en heropbouw, in heel België, met vier maatregelen. Drie ervan gaan over de bouwheer die zelf laat afbreken en op hetzelfde perceel een woning laat heropbouwen:
De vierde maatregel is nieuw sinds 1 juli 2025. Ook de verkoop van een heropgebouwde woning kan aan 6%: aan een koper die er zelf gaat wonen, als het zijn eigen en enige woning wordt, hij er zijn domicilie heeft en de bewoonbare oppervlakte niet groter is dan 175 m², of aan een koper die de woning minstens 15 jaar sociaal verhuurt, of minstens 15 jaar privé verhuurt aan een natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie heeft (dan ook ten hoogste 175 m²). Ook bij sloop en heropbouw gaat het specifieke gedeelte van een verwarmingsinstallatie op fossiele brandstof, zoals de ketel, aan 21%.
Om de regeling toe te passen, dien je via MyMinfin een verklaring in (formulier 111, de versie hangt af van de bestemming van de woning). Dien die verklaring in vóór de btw opeisbaar wordt, normaal dus vóór de werken starten: dien je ze later in, dan geldt 6% in principe enkel voor de btw die opeisbaar wordt vanaf de dag van indiening. Bezorg je aannemer een afschrift van het bewijs van indiening. Verandert je situatie tijdens de termijn van 5 jaar (of 15 jaar bij verhuur), zodat je niet meer aan de voorwaarden voldoet, dan dien je binnen 3 maanden een nieuwe verklaring in en betaal je (een deel van) het voordeel terug.
Sinds 1 juli 2022 moet de aannemer alle elementen die het tarief van 6% rechtvaardigen op de factuur zelf vermelden, samen met een vaste tekst. Die tekst zegt dat je, als je de factuur niet binnen een maand schriftelijk betwist, geacht wordt te erkennen dat:
Klopt een van die voorwaarden niet, dan geldt 21% en ben jij als klant aansprakelijk voor de verschuldigde btw, de interesten en de geldboeten. Zie je dat het tarief niet correct is, meld het dan schriftelijk aan je aannemer binnen een maand na de factuurdatum, bij voorkeur aangetekend. Je aannemer bezorgt je dan een verbeterde factuur.
Leg je offertes naast elkaar, kijk dan ook naar het btw-tarief per post: de offertevergelijker toont per offerte het btw-tarief.
Sinds 1 juli 2025 geldt de nieuwe regeling voor sloop en heropbouw, en sinds 29 juli 2025 geldt bij renovatie 21% voor het specifieke gedeelte van een verwarming op fossiele brandstof, zoals de ketel. Sinds 1 januari 2026 geldt daarnaast opnieuw 6% voor de levering en plaatsing van een warmtepomp voor verwarming in een woning jonger dan 10 jaar, tot en met 31 december 2030 (koninklijk besluit van 18 december 2025). De woning moet na de werken uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning dienen, de aannemer factureert aan jou als eindverbruiker met de verplichte vermelding op de factuur, en de warmtepomp voldoet aan de Europese eisen voor emissies en energielabel die het besluit oplegt. Een warmtepomp die samen met een verwarmingstoestel op een andere energiebron dan elektriciteit op hetzelfde verdeelsysteem van de centrale verwarming is aangesloten, ook als dat toestel er al eerder stond, valt erbuiten. Is je woning ouder dan 10 jaar, dan kan een warmtepomp onder de gewone renovatievoorwaarden aan 6%.
De ontwerpbesluiten over de hervorming van bepaalde btw-tarieven die de ministerraad op 23 december 2025 en 13 februari 2026 goedkeurde, gaan over pesticiden en over gemeubeld logies en kampeerplaatsen, en in de versie van december ook over meeneemmaaltijden, niet-alcoholische dranken in restaurants en de toegang tot cultuur, sport of vermaak. Renovatiewerken aan woningen staan in geen van beide lijsten.
Btw is niet de enige manier om je renovatie goedkoper te maken. Bekijk ook de renovatiepremies, Mijn VerbouwPremie en de leningen: Mijn VerbouwLening en een gewone renovatielening.
Maak een raming van je renovatie en zie het verschil tussen 6% en 21% voor je project. Je raming blijft in je eigen browser.
Wat kost jouw renovatie?
Kies woningtype, oppervlakte en omvang en zie meteen een prijsvork met de aannames erbij.
Bereken je renovatiekosten